Reken direct om tussen 27 snelheidseenheden — metrisch, imperiaal, knopen, Beaufort en looptempo. Resultaten worden direct bijgewerkt.
In Nederland geldt een maximumsnelheid van 50 km/h binnen de bebouwde kom, 80–100 km/h op N-wegen en 100–130 km/h op snelwegen. De Thalys verbindt Amsterdam Centraal met Parijs in circa 3 uur 20 minuten over 550 km — een commerciële snelheid van circa 160 km/h (44,4 m/s). Windmolens zijn iconisch Nederlands: de tipsnelheid van een moderne windmolen kan bij stormachtig weer oplopen tot 80–90 m/s (288–324 km/h), maar wordt om veiligheidstechnische redenen begrensd. Op de Noordzee worden regelmatig windstoten van Beaufort 9–10 gemeten.
Deze omrekener verwerkt 27 eenheden in vier groepen: Metrisch, Imperiaal/VS, Overig (knopen, Beaufort, lichtsnelheid) en Looptempo. Alle omrekeningen gebruiken meter per seconde als interne spileenheid. De Beaufort-schaal werkt met een niet-lineaire machtformule; looptempoeenheden zijn het omgekeerde van snelheid.
Alle lineaire eenheden worden omgerekend via een constante factor f (waarbij 1 eenheid = f m/s). De algemene formule is:
Lineaire eenheden (alle behalve Beaufort en looptempo):
Beaufort-schaal (niet-lineaire machtformule):
Looptempoeenheden (omgekeerde snelheid, waarbij d de afstand in meters is):
Waarbij f_bron het aantal meters per seconde per broneenheid is en f_doel hetzelfde voor de doeleenheid. De omrekener converteert eerst naar m/s en daarna naar de doeleenheid.
Amsterdam telt meer fietsen dan inwoners en heeft ruim 800 km fietspad. Een doorsnee fietser rijdt 15–20 km/h (4,2–5,6 m/s) in de stad. Sportiever rijden buiten de stad levert 25–35 km/h (6,9–9,7 m/s), terwijl wielrenners op een racefiets 40–50 km/h (11,1–13,9 m/s) halen op vlak terrein. In het dagelijks gebruik komt een gemiddeld woonwerk-wachtrijtje van 20 km in Nederland overeen met 15 min/km te voet = 4 km/h, maar per fiets 30 min over 10 km = 20 km/h.
De Thalys rijdt via de HSL-Zuid-lijn met snelheden tot 300 km/h (83,3 m/s of 162 mph) op het hogesnelheidsdeel. Op het Nederlandse deel is de maximumsnelheid van de lijn 300 km/h; de trein rijdt Schiphol–Brussels Midi in circa 1 uur 49 minuten. In knopen maritiem is 300 km/h circa 161,9 kn. Dit laat zien hoe kilometersnelheid eenvoudig omgezet kan worden: 300 km/h ÷ 3,6 = 83,3 m/s.
De Noordzee staat bekend om hevige stormen, met name in herfst en winter. Bij IJmuiden worden regelmatig windstoten van Beaufort 9 ('sterke storm', 20,8–24,4 m/s) gemeten. De Beaufort-formule: v = 0,836 × 9^1,5 ≈ 22,6 m/s = 81,4 km/h = 43,9 kn. Beaufort 12 (orkaan) begint bij 32,7 m/s (117,6 km/h). Schepen kleiner dan een containerschip verlaten in zulke omstandigheden de haven niet.
De Rotterdam Marathon is een van de snelste marathons ter wereld. Het wereldrecord op de marathon (2:00:35 door Kelvin Kiptum in Chicago, 2023) staat gelijk aan een gemiddeld tempo van 2:51 min/km (171 s/km) en een snelheid van 21,1 km/h (5,86 m/s). Een recreatieve loper die de Rotterdam Marathon in 4 uur uitloopt, houdt een tempo aan van 5:41 min/km = 341 s/km = 10,5 km/h (2,92 m/s) — vergelijkbaar met een rustig elektrisch scootje op de Erasmusbrug.
Voer de numerieke waarde in het invoerveld in. Positieve getallen, decimalen en bijzonder grote of kleine waarden worden allemaal ondersteund.
Kies de broneenheid in het keuzemenu. Alle 27 eenheden staan vermeld met volledige naam en symbool.
De omrekener zet uw waarde om in meter per seconde (m/s) via de conversie-factor van de eenheid — of de Beaufort-machtformule, of de omgekeerde formule voor looptempo.
De resultaten worden weergegeven in vijf secties: Primaire eenheden en uitklapbare groepen voor Metrisch, Imperiaal, Overig en Looptempo.
Alle omrekeningen worden direct bijgewerkt terwijl u typt. Bijzonder grote of kleine waarden worden in wetenschappelijke notatie weergegeven.
Vuistregel km/h ↔ mph: deel km/h door 1,609 voor mph, of vermenigvuldig mph met 1,609 voor km/h. Voorbeeld: 130 km/h ≈ 80,7 mph.
Knopen naar km/h: vermenigvuldig knopen met 1,852. Dus 10 kn = 18,52 km/h. Beaufort 7 ('harde wind') = 13,9–17,1 m/s = 50–61,2 km/h = 27–33 kn.
Looptempo: deel 60 door uw snelheid in km/h om het tempo in min/km te krijgen. Bij 12 km/h is uw tempo 5:00 min/km; bij 10 km/h is het 6:00 min/km.
De Beaufort-schaal is beschrijvend, niet lineair. Elk niveau beschrijft zichtbare effecten op het zeeoppervlak en de omgeving. Voor precieze metingen gebruikt u altijd m/s of km/h.
De lichtsnelheid (c = 299 792 458 m/s) is de maximale snelheid in het universum. De ISS cirkelt om de aarde op circa 7,66 km/s — dat is 0,00002558 c, of 27 576 km/h.
In het Nederlands gebruiken we 'snelheid' voor beide begrippen. Technisch gezien is 'snelheid' (scalar) een grootte die aangeeft hoe snel een object beweegt, zonder richtingsinformatie. 'Snelheidsvektor' of 'velocity' in het Engels voegt de bewegingsrichting toe. Voor het omrekenen van eenheden is alleen de scalaire grootheid relevant. Twee auto's die op een snelweg in tegengestelde richtingen 120 km/h rijden, hebben dezelfde snelheidsgrootte maar tegengestelde snelheidsvectoren.
Looptempo (min/km of s/km) is het omgekeerde van snelheid: tempo = afstand / tijd. Harder lopen betekent minder seconden per kilometer — dus een lager getal. Een tempo van 4:00 min/km is sneller dan 5:00 min/km. Elitetoppers mikken op het laagst haalbare tempo over de volledige wedstrijdafstand.
Een knoop is één zeemijl per uur (1,852 km/h). De zeemijl (1 852 m) is afgeleid van één boogminuut op een meridiaan, waardoor de eenheid van nature past bij navigatiekaarten en GPS-coördinaten. Historisch gooiden zeelieden een log (stuk hout met een touw met gelijkmatig verspreide knopen) overboord en telden ze hoeveel knopen er in een vast tijdsinterval door hun handen gleden — vandaar de naam 'knopen'.
De Beaufortschaal (0–12) werd in 1805 bedacht door de Brits-Ierse admiraal Francis Beaufort om de windkracht te beschrijven op basis van zichtbare effecten op het zeeoppervlak. De moderne empirische formule luidt: v = 0,836 × B^1,5 m/s. Beaufort 0 is windstil (< 0,3 m/s), Beaufort 6 is een frisse bries (10,8–13,8 m/s), Beaufort 12 is orkaan (≥ 32,7 m/s). De schaal is niet-lineair: elk niveau vertegenwoordigt een progressief grotere toename van de werkelijke windsnelheid.
Nee. Volgens Einsteins speciale relativiteitstheorie kan geen enkel object met massa de lichtsnelheid in vacuüm (c ≈ 3 × 10⁸ m/s) bereiken of overschrijden. Naarmate een object sneller gaat, neemt de relativistische massa toe en stijgt de benodigde energie naar oneindig. Alleen massaloze deeltjes zoals fotonen bewegen precies met c in vacuüm.
Gebruik voor wetenschap en techniek altijd SI-eenheden. De basissnelheidseenheid is meter per seconde (m/s). Dit integreert naadloos: kinetische energie in kg·m²/s², kracht in N = kg·m/s², vermogen in W = kg·m²/s³. In de aerodynamica wordt vaak het Mach-getal gebruikt (verhouding tot de lokale geluidssnelheid); in de deeltjesfysica worden snelheden uitgedrukt als breuk van c.
Alle omrekeningen gebruiken exacte of door internationale normen vastgestelde factoren (bijv. 1 inch = 0,0254 m exact, 1 zeemijl = 1 852 m exact). De Beaufort-formule is een empirische benadering. Looptempo-waarden zijn het wiskundige omgekeerde van snelheid en gaan uit van gelijkmatige rechtlijnige beweging.